Starters moeten eenvoudiger toegang krijgen tot de huizenmarkt. De politiek heeft de roep om maatregelen gehoord. Hoe krijgen starters een zetje in de rug?

Door meerdere oorzaken hebben toetreders tot de huizenmarkt het lastig. Ze worden beperkt door het bedrag dat ze maximaal aan hypotheek kunnen krijgen. Daar komen de steeds verder stijgende huizenprijzen nog bij. Er is een tekort aan betaalbare koophuizen en dat treft vooral de starters die niet kunnen profiteren van de overwaarde uit een verkocht huis.

Wat is het probleem met starters?

Ook starters moeten onderdak hebben, maar zo eenvoudig is dat niet. Ze komen vaak niet in aanmerking voor een sociale huurwoning. Een huurhuis in de vrije sector is ook geen optie, omdat deze huizen juist weer onbetaalbaar zijn. Het gaat vaak om jongeren die ook starters zijn op de arbeidsmarkt. De betaalbare koophuizen in stedelijke gebieden worden pijlsnel verkocht aan kopers die vaak ruimere financiële mogelijkheden hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld boven de vraagprijs bieden. Voor starters is dat vaak niet weggelegd.

Hoe krijgen de starters steun vanuit de politiek?

Het huidige tekort aan huizen zorgt voor het stuwen van de verkoopprijzen. Al maanden zijn bijvoorbeeld de NVM en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) aan het lobbyen bij de politiek om maatregelen. Volgens de politiek moet er meer gebouwd worden. Dit is vooral belangrijk in de Randstad en andere stedelijke gebieden waar duidelijk sprake is van een tekort aan huizen. Dit moet dus lokaal worden opgepakt. De gemeente kan door lokale planvorming nieuwbouw stimuleren. Maar het is nog maar de vraag of dit voldoende is om de problemen van de starters op te lossen. Zeker op korte termijn niet.

Zijn de leennormen niet gewoon te streng?

De ambitie om de positie van de starters op de huizenmarkt te verbeteren is goed, maar er moet wel boter bij de vis! De huizenprijzen kunnen niet verlaagd worden om deze groep een kans te geven. Dus moeten ze meer te besteden hebben. Een groot deel van het probleem is de ‘loan-to-income’. Dit is het bedrag dat je kunt lenen op jouw inkomen om een huis te kopen. Voor 2018 is het bedrag vrijwel gelijk gebleven aan de ‘loan-to-income’ in 2017, maar daar gaan starters het niet meer mee redden. Ook de laatste maanden zijn de huizenprijzen sterk gestegen in grote delen van Nederland. Als de maximaal te krijgen hypotheek niet meestijgt, wordt het kopen van een huis lastiger voor starters.

Het probleem wordt groter door beperking van de maximale hypotheek

Daar komt nog een extra probleem bij. Per 2018 kan er nog maar maximaal 100 procent van de waarde van een huis aan hypotheek verkregen worden. De bijkomende kosten bij het kopen van een huis moeten de starters dus beschikbaar hebben in de vorm van spaargeld.

Er moet op korte termijn meer gebeuren dan het bouwen van nieuwe huizen. Tot de woningvoorraad is aangevuld zijn we namelijk jaren verder.